De Spot 7 maart 2026
Door Marius Roeting
Beddewijk bluegrass op 7 maart 2026 brak met vooroordelen en superlatieven over bluegrass. Zowel bij bezoekers als optredende musici ontbraken de cowboy hat, cowboy boots, Denim jacket full of Mexican cheroots. Met deze stereotypen bezong de Britse singer-songwriter Allan Taylor in zijn lied Banjo man de Amerikaanse folk- en country grootheid Derroll Adams. Deze Amerikaanse banjospeler en countryzanger stond in de jaren vijftig van de vorige eeuw aan de wieg van de Europese folkrevival door samen met zijn maat Ramblin’ Jack Elliott de Amerikaanse folk, waaronder de bluegrass, in Europa te introduceren. Beddewijk bluegrass doorkliefde de geijkte denkbeelden over deze traditionele muziekstijl, ontstaan in en rond de staten rond de Appalachen in Noord Oost Amerika. Aanwezigen op podium en in de zaal droegen gewoon spijkerbroek, shirt, soms in pak, maar op sneakers en ander schoeisel zonder sporen. Eveneens in een ander opzicht doorbrak Bluegrass Beddewijk grenzen. Het begrip bluegrass werd ruim geïnterpreteerd, weliswaar met gitaar, mandoline, viool, dobro en zeker de banjo, gekoppeld aan meerstemmige zang. Maar de variatie was groot. De sound van openingsact Bitterweeds klonk wat dunnetjes, mede door een niet optimale geluidsmix in de drukker wordende foyer. Doch zanger Joris Lodder van deze Zeeuwse formatie bracht met zijn ongeëvenaard Amerikaans accent de juiste sfeer naar boven in een set die meer Oldtime music dan pure bluegrass bevatte. Dat laatste geldt zeker niet voor Groninger Timo de Jong met de Amsterdamse Leadbeaters. Deze zespersoons formatie was de verrassing en wellicht het hoogtepunt van het gehele festival. De Jong manoeuvreerde met zijn diepe warme en zwoele stem soepel door een zeer gevarieerde set: hedendaagse bluegrass, rockabilly, spaghetti-western en melodramatische croonercountry songs, die soms deden denken aan Johnny Cash, maar ook Jim Reeves. In een wervelende, doch niet opgefokte show vol variatie overheerste het coherente groepsgeluid met zeer opvallend een percussionist in de gelederen, wat ongebruikelijk in Bluegrass. Droge humor en subtiele kritische verwijzingen, zoals in het lied To much glitter, en Ring them bells –inclusief een fraaie trompetsolo van de Jong!- vervolmaken de luchtige, ongedwongen presentatie. Afsluiter We’re all gonna die -aangekondigd als ‘een vrolijke meezinger’ – maakte de set compleet.
Energiek maar wild en geforceerd was de set van Terneuzen’s trots Herman Brock jr. In een rommelig en weinig verfijnd optreden bespeelde hij zijn gitaar met weinig raffinement en vulde dat aan met schreeuwerige vocalen. Met up speed composities zat de vaart er goed in. Aantrekkelijk voor een groot deel van het (thuis?)publiek. Voor mij zat de kunde van Brock in een select aantal nummers, zoals Down at the graveyard: subtieler met een zorgvuldiger opbouw. Een verstild nummer met autoharp gespeeld kwam vanwege het intrinsieke prima tot zijn recht. Who am I benaderde het meest de traditionele bluegrass. Dat laatste was zonder twijfel de hoofdmoot bij de afsluitende act Truffle Valley boys. In de naam van dit Italiaanse kwartet zit al de subtiele verwijzing naar hun humor, die als een rode draad door hun voorstelling liep. De introducties van songs leken soms conferences van het nostalgische duo Laurel & Hardy en je waande je thuis voor de transistor, luisterend naar een uitzending van The grand Ole Opry, het Mekka van de country en Bluegrass uit Nashville. Naast het vermakelijke geschuifel van de instrumentalisten/zangers rond die ene microfoon etaleerden de heren hun virtuositeit met vingervlugge soli op mandoline, dobro en banjo, terwijl contrabassist Emanuele Valente indrukwekkende ‘walking bass’ produceerde. In sneltrein vaart, met songs en instrumentalen die elk nauwelijks de drie minuten aantikte, manoeuvreerde het viertal door haast nostalgische bluegrass uit de vijftiger jaren, inclusief old time, swing, honkytonk en croonersongs. Een meer dan voortreffelijke afsluiter van het eerste Beddewijk Bluegrassfestival, dat komend seizoen een voortzetting verdient.