Speelsheid en met plezier musiceren: dat is HZO

Concert

Jeanette Vergouwen-de Caluwe

Een concert bijwonen van Het Zeeuws Orkest (HZO) onder leiding van dirigent Ivan Meylemans is heerlijk. Ik volg het orkest nu al meer dan veertig jaar en ik heb vele veranderingen meegemaakt. Wisselingen van dirigenten en gaande en komende musici. Sinds de Vlaming Ivan Meylemans op de bok staat is de kwaliteit van het orkest gegroeid. Het repertoire is rijker en afwisselender geworden en het orkest gaat ook geen uitdaging uit de weg. Het programma bevat ook minder gehoorde werken en er wordt samengewerkt met goede en soms speciale solisten.

Het publiek is ook veranderd, de grijze haren overheersen nog wel, maar ook de jeugd is regelmatig aanwezig. Dat zegt toch wel iets van de uitgekiende programmatie die met zorg wordt samengesteld.

In het weekend van het (onnodig) terugzetten van de tijd (zomertijd) speelt HZO het traditionele Voorjaarsconcert met drie totaal verschillende composities: de Ouverture van de opera King Lear van Berlioz, de Orkestsuites 1 en 2 Façade van Walton en Symfonie 8 van Dvorak. Drie werken waarin je je als orkest eens goed kunt profileren.

Tijdens de première in het Scheldetheater in Terneuzen vrijdag 27 maart 2026, gaf Meylemans, zoals we van hem gewoon zijn, vóór de werken, een korte humoristische uitleg.

Hector Berlioz is de meester van de orkestratie en het was heerlijk om te luisteren naar de  mooie afwisseling van de strijkersgroepen en de hout- en koperblazers. De karakteristieken, inclusief de hobosolo, van de ouverture kwamen goed over. Door de afwisseling van legato, staccato en pizzicatospel zorgden de orkestleden, die met zichtbaar plezier musiceerden, voor een dynamische interpretatie.

William Walton, een 20ste-eeuwse Engelse componist, heeft in zijn Façade Suites de Europese dansen geniaal in muziek vertaald. Opvallend in zijn werk is de humor. Knap was de uitvoering door HZO omdat in de verschillende dansen niet alleen de klankkleuren van alle instrumenten uitkwam, maar ook de kundigheid van de musici. De soms virtuoze passages, de kleine solo’s en de inbreng van het slagwerk was prijzenswaardig. Elke dans, of het nu Spaans, Schots, Weens of Oost-Europees was, had zijn eigen specifieke ritme en sfeer.

Na de pauze klonk de achtste Symfonie van Antonin Dvorak die dit werk in 1889 schreef. Een werk dat een ode brengt aan het Boheemse volkslied.

Dat was meteen te horen in de cantilene in het openingsdeel (allegro con brio), een zangerig thema dat na modulaties verschillende keren werd herhaald. In het Adagio waren de ‘gesprekken’ tussen strijkers en houtblazers mooi. Verrassend waren de interventies van de koperblazers. Spannend was de afwisseling tussen koraalachtige- en dansante, lieflijke passages.

Charmant klonk het Allegretto grazioso dat even aan de Hongaarse dansen van Brahms deed denken. Het slotdeel opende met een stralend trompetsignaal, pauken geroffel en de meeslepende melodie door de cello’s. Daarna klonken de vele variaties op dat thema. Alles  werd met zwier gespeeld. Een afwisseling van zoete- en klagende melodieën. Het einde klonk bijna triomfantelijk.

Ik hoop nog veel van deze concerten door dit HZO mee te maken.

HZO speelt zaterdag 28 maart in de Myrthe in Goes en zondag 29 maart in de Zeeuwse Concertzaal in Middelburg.

http://www.zeeuwsorkest.nl